Op 4 maart 1976 klinkt om één uur ’s middags een oorverdovende explosie vlak onder de rook van Roosendaal. Betonnen brokstukken en stukken vlechtmetaal vliegen metershoog de lucht in. Met de knal, die tot in de wijde omtrek te horen en te voelen is, behoort de ‘bunker van de Zeg’ voorgoed tot het verleden.
Marius Broos, destijds 24 jaar, legt enkele uren later de ravage vast met zijn fotocamera. Hij kende de bunker al zijn hele leven. “Ik was gefascineerd door het bouwwerk. Er waren wel meerdere kleinere bunkers in de omgeving, maar deze viel echt op vanwege de grootte. Dit soort verdedigingswerken zag je eigenlijk alleen aan de kust”, vertelt de Roosendaler.
Sinds 1944 stond de Duitse commandobunker eenzaam en verlaten langs de Rijksweg bij Zegge. Het gevaarte was zo’n tien meter in doorsnee en vijf meter hoog en torende meters boven het landschap uit.
Halverwege de jaren zeventig werd de betonnen kolos een sta-in...